04-11-16

De geschiedenis van de radio & TV taks !

De geschiedenis van een mediataks
 
 
Het is alweer (bijna) vijftien jaar geleden (om precies te zijn op 1/1/2002) dat de Vlaamse Regering het ‘Kijk- en Luistergeld’ definitief afschafte. Tot dan moesten eigenaars van tv-toestellen een jaarlijkse taks betalen. De taks op gewone radiotoestellen was al een tijdje afgeschaft. Even reconstrueren…
 

SNEL STIJGENDE TAKS

 

Een radiotoestel hebben was nauwelijks honderd jaar geleden pure luxe. Het ding oogde indrukwekkend en lokte talrijke… kijklustigen. Nieuwsgierigheid alom die de Minister van PTT op 19 oktober 1908 deed beslissen om een belasting te heffen.

 

Over de exacte som geraakte men het echter niet eens, maar de naweeën van de Eerste Wereldoorlog en de vrees dat het nieuwe medium de veiligheid van het land op de helling zou zetten, zorgde op 7 augustus 1920 voor een Koninklijk besluit dat de 26 (!) toenmalige bezitters verplichtte om jaarlijks twintig frank te betalen.

 

 

De wet zou slechts tot 30 juni 1930 gelden want er werd volop aan andere regelingen gewerkt. PTT-minister Lippens diende drie wetsontwerpen over de omroep bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers in. Één daarvan hield de verhoging van de belastingen op radiotoestellen tot negentig frank in.

 

Een té hoog bedrag, oordeelden de parlementsleden die het op zestig frank hielden. Het koste uiteindelijk een flinke reeks discussies om tot een algemeen akkoord te komen. Het was 30 juni 1930 en België had inmiddels 77.000 bezitters van een radiotoestel.

 

WERELDOORLOG II

 

Tijdens het wereldconflict bleef het inmiddels regelmatig uitzendende NIR normaal functioneren. De programma’s werden immers door middel van staatstoelagen door de bezetter gefinancierd. Op 16 oktober 1943 deed een nieuw begrip zijn intrede: het Kijk- en Luistergeld.

 

Na de oorlog keek men anders aan tegen diverse media. De radio groeide uit tot een algemeen aanvaard iets en op 1 januari 1947 maakte de Belgische regering daarvan gebruik om de radiotaks tot 144 Frank op te drijven. En er waren voortekenen dat het daar niet bij zou blijven....

 

 

RADIO EN TELEVISIE

 

De jaren ’50 staan symbool voor de vooruitgang. Ook de tv raakte in België geïntroduceerd. De wetgever kon niet achter blijven en vanaf 1 januari 1958 betaalden tv-eigenaars 840 frank taks. Begin 1972 werd een onderscheid gemaakt tussen kleuren-tv en zwart-wit-kijkers.

 

De prijzen van het Kijk- en Luistergeld volgden vanaf dan de index en op 31 december 2001 kostte het bezit van een autoradio 1152 frank, een zwart-wit-tv 5496 frank en een kleurentelevisie 7872. Daarna werd de taks begraven.

 

REGIONALISERING EN AFSCHAFFING

 

Eind jaren ’80 werd de belasting op radio’s bijgestuurd: enkel voor autoradio’s moest nog betaald worden. Niet elke Belg betaalde echter braaf aan vadertje staat. Volgens een studie van MERS in 1996 zou de schatkist meer dan twintig miljoen euro aan Kijk- en Luistergeld misgelopen hebben.

 

Meer en meer stemmen gingen op om die taks af te schaffen en na de regionalisering van het Kijk- en Luistergeld via de Lambermontakkoorden, besliste de Vlaamse Regering in 2002 om geen taksen meer te heffen op radio en tv. Wallonië zou volgen op 1 oktober 2008. Enkel wat radio betreft, kijkgeld wordt er nog steeds betaald.

 

Radio taks 1966 BRT.jpg

Het strookje van de ponskaart dat ook het bewijs van betaling was uit 1966

 

Pieter van Banden/Jean-Luc Bostyn (RadioVisie)

                 

tijdsbalkje rood

00:05 Gepost door Pieter Van Banden in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.